Het aftersales team van White heeft in het afgelopen anderhalf jaar 317 tape-fabrieken gevolgd die hun snijmachines al meer dan 5 jaar gebruiken. De gegevens tonen aan dat ongeveer 45% van de apparatuur zich in een “subgezonde” operationele staat bevindt—— de productie gaat door, maar de kosten zijn al ver boven een redelijk niveau.
Op basis van deze gegevens hebben we drie duidelijke signalen samengevat die aangeven dat de apparatuur moet worden geüpgraded.
Signaal één: Nauwkeurigheid afwijking boven tolerantie
De kernwaarde van de snijmachine is “precies snijden”. Wanneer de apparatuur gedurende een uur continu produceert en de snijbreedte fluctueert met meer dan ±0.2mm, en na afstelling niet kan worden hersteld, duidt dit erop dat de spindelspeling of de slijtage van de geleiding zijn levensduur heeft bereikt. Op dat moment ligt het percentage afval meestal tussen de 2%~5%. De nauwkeurigheid van nieuwe apparatuur kan worden gecontroleerd binnen ±0.03mm~±0.1mm, met een afvalpercentage van minder dan 0.5%. Bij een dagelijkse productie van 10.000 rollen kan de jaarlijkse winst die verloren gaat door nauwkeurigheidsafwijkingen oplopen tot tienduizenden euro's.
Signaal twee: Omsteltijd van de machine langer dan 15 minuten
Moderne tape-fabrieken moeten vaak schakelen tussen verschillende materialen zoals BOPP, masking tape en dubbelzijdige tape. Als elke omstelling meer dan 15 minuten duurt en een ervaren vakman vereist is, betekent dit dat het elektrische controlesysteem verouderd is. De één-knop parameterwisselfunctie van White kan de omsteltijd tot minder dan 3 minuten verkorten, en kan door gewone arbeiders worden bediend. Bij dagelijks 10 omstellingen kan dit jaarlijks ongeveer 400 uur effectieve productietijd opleveren.
Signaal drie: Maandelijkse onderhoudsfrequentie hoger dan 1 keer
Als een apparaat gemiddeld meer dan 2 keer per maand defect raakt en de onderhoudstijd meer dan 4 uur bedraagt, beïnvloedt dit niet alleen de levering, maar vergroot ook de frustratie van de werknemers. Gegevens tonen aan dat wanneer de maandelijkse onderhoudstijd meer dan 12 uur bedraagt, de “werkelijke uurcapaciteit” van de apparatuur mogelijk slechts 70% van de nominale waarde is. Nieuwe apparatuur heeft gemiddeld een storingsvrije tijd van meer dan 8000 uur, wat in wezen betekent dat men zich alleen maar hoeft te concentreren op het gebruik na installatie.
Conclusie: Als uw apparatuur voldoet aan twee van de bovenstaande signalen, wordt aangeraden een uitgebreide analyse van de return on investment uit te voeren. Gewoonlijk kan nieuwe apparatuur binnen 6~12 maanden de kosten terugverdienen door het verminderen van afval en het verhogen van de efficiëntie. 